Beslagfraude

Modus operandi

Beslagfraude omvat het onttrekken van goederen (auto, voorraad, inven­taris) aan een beslag of een op een goed rustend recht (zoals een ver­strekt hypotheekrecht). Zo kan op een goed een pandrecht zijn gevestigd ter zekerheidstelling van een lening, kan een retentierecht rusten op een goed, kan conservatoir beslag gelegd zijn op een goed. Als het goed aan dat recht onttrokken wordt, dan is er sprake van benadeling.
Zo geeft een bank een lening onder voorwaarde van pandrecht zodat er een zekerheidstelling is. Als de lening niet wordt afgelost, dan kan de bank de waarde van de lening verhalen op het onderpand. Als deze verdwenen is, dan lijdt de bank daardoor verhaalschade.

Rechtsschending
Bij beslagfraude kan het gaan om het onttrekken van een goed aan het beslag (artikel 198 Sr), maar ook om het onttrekken van een goed aan een recht (artikel 348 Sr).

Tendenties
De tendentie is dat een goed aan een beslag of een recht onttrokken wordt.

Onderzoek
Uit de aangifte volgt wat de aard van de fraude is. De aangever zal stukken ter onderbouwing van de vermeende fraude hebben bijgevoegd, zoals een pand­overeenkomst waarin is omschreven welke goederen zijn verpand, of een vonnis van de rechtbank.

Als voldoende duidelijk is wat de aard van de schending is, dan kan de opsporingsambtenaar nagaan op welke wijze het bewijs geleverd kan worden. Omdat onttrekking een feitelijke handeling is kan bewijs vergaard worden door camerabeelden uit te kijken van de onttrekking, of het horen van getuigen die iets gezien hebben van de onttrekking. Ook kan via doorzoeking nagegaan worden of het onttrokken goed daar gestald is. Of dat er garageruimte is gehuurd waar het goed gestald kan zijn.
Indien het gaat om een auto, zal het kentekenregister geraadpleegd worden, om na te gaan wie de nieuwe kentekenhouder is. Overigens kan het oplossen van een onttrekking van de auto zo simpel zijn als het kenteken te laten signaleren. Als de wijkagent dan een keer langs de woning rijdt en de auto staat daar, dan is er een heterdaadsituatie. Immers het onttrekken van het pand­recht is een voortdurend delict: zolang het weg is, wordt het delict gepleegd.

Strafrecht

Artikel 198 Sr

Artikel 198 Sr
1. Hij die opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag of aan een gerechtelijke bewaring onttrekt of, wetende dat het daaraan onttrokken is, verbergt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk enig krachtens de wet in beslag genomen goed vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt.
3. Met dezelfde straf wordt gestraft de bewaarder die opzettelijk een van deze feiten pleegt of toelaat, of de dader als medeplichtige terzijde staat.


Bestanddeel ‘krachtens de wet’

Het beslag moet op grond van een wet gelegd zijn. Hiermee wordt elk wette­lijk beslag bedoeld. Dat betekent dat ook het onttrekken van een goed aan een faillissementsbeslag (ex artikel 20 en 23 Faillissementswet) onder artikel 198 Sr valt.

Bestanddeel ‘gerechtelijke bewaring’
Beslagregels zijn in het civielrecht uitgewerkt in Boek II, titels twee, drie en vier, en in Boek III, titel vier, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvor­de­ring (hierna: Rv). Dit betekent niet dat alleen de civiele beslagen van artikel 198 Sr van toepassing zijn, de wetgever heeft uitdrukkelijk gewild dat artikel 198 Sr ook betrekking heeft op het strafrechtelijke beslag. Het kan dus gaan om een bewaarder zoals bedoeld in het Rv, maar ook om bewaring zoals opgenomen in artikel 119 Sv.

Rechtmatigheid van beslag
Het is niet aan de verdachte om de rechtmatigheid van een civiel beslag in twijfel te trekken door zelf te bepalen dat deze niet rechtsgeldig is, om vervolgens het goed aan het conservatoire beslag te onttrekken. Zo stelde een verdachte dat de deurwaarder ten onrechte beslag heeft gelegd op de auto, omdat het verlof tot het leggen van het beslag betrekking had op de bv en niet op de verdachte. Daarom zou hij, ook al meldde de deurwaarder dat hij beslag had gelegd op de auto, vrij zijn om met de auto weg te rijden. Het hof: “Het door de deurwaarder op de auto gelegde beslag was rechtsgeldig en verdachte had zich, op dat moment, daarbij neer te leggen. Door te bewerkstelligen dat zijn zoon met de auto wegreed, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het hem ten laste gelegde feit.”

Reikwijdte
Voorheen bestond de verplichting in het oude artikel 450 Rv om bij beslag op roerende zaken steeds een bewaarder aan te wijzen. Deze verplichting is vervallen. Het goed zal vaak onder de hoede van de bewaarder (meestal de beslagene zelf) achtergelaten worden. Dit betekent dat artikel 198 Sr in beginsel alleen nog betrekking heeft op professionele bewaarbedrijven en ambtelijke bewaarders.

Voorbeelden van onttrekking
● De verdachte heeft, nadat de deurwaarder conservatoir beslag had gelegd op de auto waarvan de verdachte kort tevoren het leasecontract had overgenomen, die auto aan het beslag onttrokken. Volgt veroordeling tot een geldboete van 950 euro.
● De belastingdeurwaarder heeft twee in beslag genomen personenauto’s en de directeur grootaandeelhouder van de bv als bewaarder aangesteld. Die verklaarde dat de auto’s niet meer aanwezig waren. Volgt veroordeling tot een taakstraf van 140 uren.
● De verdachte heeft de auto opzettelijk aan het (faillissements)beslag onttrokken. Volgt veroordeling tot een taakstraf van 60 uren.

Artikel 348 Sr

Artikel 348 Sr
1. Hij die opzettelijk zijn eigen goed of, ten behoeve van degene aan wie het toebehoort, een hem niet toebehorend goed onttrekt aan een pandrecht, een retentierecht of een recht van vruchtgebruik of gebruik van een ander, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk een goed dat is onderworpen aan een pandrecht, een retentierecht of een recht van vruchtgebruik of gebruik van een ander, vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt.
3. De bepaling van artikel 316 is op deze misdrijven van toepassing.


Bestanddeel ‘goed’
Het begrip goed is de opvolger van het begrip zaak. Zaken zijn de voor men­selijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (artikel 3: 2 BW). Dit terwijl goederen zowel zaken als vermogensrechten zijn (artikel 3:1 BW). Er kan door dit ruime begrip ook een pandrecht of een vruchtgebruik onttrokken worden.

Bestanddeel ‘pandrecht’

Artikel 348 Sr is gewijzigd na invoering van het bezitloos pandrecht. Dit is een vorm van pandrecht waarbij de pandhouder het verpande goed niet onder zich heeft. Onttrekking aan deze vorm van verpanding was nog niet strafbaar gesteld. Door in het eerste lid het bestanddeel ‘aan een ander’ te laten vervallen, is deze vorm nu ook strafbaar.

Bestanddeel ‘vernieling’

Om bewijsproblemen bij vervolging op grond van vernieling te voorkomen (ex artikel 350 Sr) heeft de wetgever in navolging van artikel 198, lid 2, Sr het apart strafbaar gesteld als sprake is van vernieling van een onttrokken goed.

Verduistering
Opgelet moet worden dat het juiste artikel ten laste gelegd wordt. Een onttrekking van je eigen goed is geen verduistering.

Voorbeelden beslagfraude

De verdachte heeft in het zicht van het faillissement een kredietverstrekker kort voor het faillissement nog 300.000 euro laten uitkeren op grond van valse facturen. Tevens werd een auto aan het pandrecht ont­trokken. Volgt veroordeling tot een gevangenisstraf van zes maanden.
De verdachte onttrekt een niet aan hem toebehorende auto aan een retentierecht. Volgt veroordeling tot een taakstraf van 80 uren.
Een ondernemer heeft geld van een (geblokkeerde) G-rekening aange­wend voor andere zaken. Het hof stelt vast dat een G-rekening wordt gebruikt ter zekerheid van de af te dragen premies en belastingen over in onderaanneming verrichtte werkzaamheden. Er kan op aanvraag toestemming worden gegeven voor ander gebruik van de gelden, maar deze aanvraag is niet gedaan. Dit betekent onttrekking aan het pandrecht. Het feit dat de verdachte het bedrag op een G-rekening van een derde heeft gestort, doet hieraan niet af. Volgt veroordeling tot een gevangenisstraf van 21 maanden.